Natuurwandeling door de fraaie omgeving van Hotel Overbosch.

De streek waar u te gast bent,was vroeger erg kaal. Het landschap bestond uit heide,zandverstuivingen en hakhoutbossen. Je kon het dorp Garderen van verre zien liggen. Daar is nu geen sprake meer van. De wandeling op de kaart verder op in de informatie is ongeveer zes kilometer lang. Trek er maar een paar uur voor uit, want er is van alles te zien langs de route. Het is een mooie kennismaking met de prachtige omgeving van Hotel Overbosch. Trek goed schoeisel aan, vooral als het geregend heeft. Lees het verhaal even door voor u aan de wandeling begint.

 1* Beginpunt.
De wandeling begint bij Hotel Restaurant Overbosch aan de Hooiweg. Bekijk voor u vertrek de situatie op het kaartje. De Hoge Steeg over steken en de Hooiweg vervolgen naar het landgoed de Wilde Kamp. Jammer dat de bewoners van dit deel van de Hooiweg hun tuin afval in het natuurgebied gooien.
 2* Grafheuvel.
Bij het hek van Het Geldersch Landschap linksaf en u ziet meteen de eerste grafheuvel. Deze grafheuvels uit de prehistorie van Garderen getuigen dat in deze streek al duizenden jaren geleden mensen hebben gewoond. De grafheuvel is gemarkeerd door de rijksdienst vanOudheidkundig Bodemonderzoek. Verschillende voorwerpen uit de grafheuvels bij Garderen zijn te zienin het Nairacmuseum te Barneveld.
 3* Hakhoutstoven.
Stop eens even voordat u het bos inloopt. In het jaar 2001 hebben boomdeskundigen en Veluwe ge´nventariseerd op monumentale bomen. De enorme kring dikke eiken, links van het pad, is voortgekomen uit een stronk. Zoiets heet een hakhoutstoof. Hij is ontstaan door het eeuwenlang afhakken van de stammen. Eerst was het een  stam. Door het afhakken ontstonden steeds meer uitlopers. Deze hakhoutstoof kwam bij de inventarisatie als een van de grootste uit de bus. Zijn leeftijd wordt geschat op een paar duizend jaar. Foto's van deze hakhoutstoof hebben in bijna alle landelijke dagbladen gestaan. De eiken in dit bos zijn eeuwenlang gekapt en opnieuw uitgelopen. Daardoor zijn de hakhoutstoven op de Wilde Kamp steeds groter  geworden. In een bos in Limburg staan eikenhakhoutstoven van 250 jaar oud en hebben een omtrek van 2,50 meter. Deze, hier op de Wilde Kamp, heeft een omtrek van 25 meter, dus tien maal zo groot. De boomdeskundigen beweren dat deze hakhoutstoof tien maal 250 jaar is 2500 jaar oud zou kunnen zijn. Na 1920 is het eikenhout niet meer gekapt voor de leerlooierijen. De stammen die u nu ziet zijn ongeveer 80 jaar oud, maar de stronk is oeroud. Ziezo, dat was een heel verhaal. Verderop rechtsaf en voor de volgende grafheuvel: rechtsaf over een kronkelpad.
 4* Jeneverbes.
Langs het pad staat een jeneverbes. Er zitten geen bessen aan. Kennelijk is het een mannetje. Op de heide staan nog een paar van die grote hakhoutstoven. De heide van de Wilde Kamp bloeit jaarlijks prachtig. Het Geldersch Landschap maait regelmatig stukken af, zodat er weer jonge heide ontstaat. Dit gebied is sinds mensenheugenis altijd een heide geweest. Toch kun je de natuur hier niet zijn gang laten gaan. De jonge dennetjes moeten uit de heide worden verwijderd om te voorkomen dat deze heide vanzelf bos wordt.
 5* Hoge Steeg.
Vanaf de heide komt u weer bij de Hoge Steeg. Hier linksaf en een eindje over het fietspad naar de eerste zandweg rechts. Dit is de Oude Nijkerkerweg.
 6* Sparren en grandes.
Links van het pad is sparrenbos. Het zijn fijnsparren. De bomen zijn herkenbaar aan de grote kegels in de toppen. Deze soort wordt meestal gebruik als kerstboom. Iets verder staan coniferen met dikke gladde stammen. Deze soort komt uit Noord-Amerika: Abies grandes is de naam. Bosbouwers zeggen: grandes. Kijk even bij de laatste boom met takken onderaan de stam. Wrijf een paar naalden fijn en u ruikt de geur van sinaasappel. De fijnspar en de grandes zijn maar weinig aangeplant op de Veluwe. De douglasspar bleek veel geschikter voor de houtproductie. Verderop eerste pad rechts en dan linksaf een lange, kaarsrechte laan door.
 7* Dicht dennenbos.
In deze omgeving zijn dennenbossen aangeplant in een tijd dat er veel vraag was naar hout en vooral mijnhout. Tegenwoordig wordt er niet veel meer gedaan aan bosbouw. De houtproductie staat op een laag pitje. Het bos had al lang uitgedund moeten worden, maar dat is een dure aangelegenheid. Dit pad is trouwens 600 meter lang.
 8* Lariksbos.
Aan het eind van de lange laan komt u in een wat ouder lariksbos. Het is de Japanse Lariks, herkenbaar aan de kegels die op roosjes lijken. Dit bos is onlangs uitgedund. De overgebleven bomen hebben wat meer ruimte gekregen. In een van de bomen langs het pad is het restant van het nest van een havik te zien. Verderop de Lage Boeschoterweg, schuinlinks, oversteken en verder gaan over een bijna onzichtbaar paadje door een zeer gevarieerd bos. Verderop een beetje rechts aanhouden.
 9* Grafheuvels.
Op de open plek, links van het pad, liggen zeven grafheuvels. Loop maar even heen en weer naar deze historische plek. U bent hier trouwens op de 50 meter hoge Bergsham. De urnen die in deze grafheuvels zijn gevonden behoren tot de oudsten van ons land. Vanaf de Bergsham had je vroeger een fraai uitzicht op het dorp Garderen. Het omringende bos ontneemt al jaren het uitzicht. Dat is eigenlijk jammer. Misschien wordt er ooit een houten torentje op Bergsham gebouwd, zodat wandelaars en fietsers weer kunnen genieten van het fraaie uitzicht over het dorp Garderen en de omgeving. De vereniging Plaatselijk Belang Garderen is een voorstander van de bouw van een uitzichttoren op Bergsham. Nu het kronkelpad verder vervolgen en later de Lage Boerschoterweg weer oversteken.
10* Het Gat van Zus.
De grote kuil in het bos is het zogenaamde Gat van Zus. Loop er even heen. Het is haast niet te geloven, maar deze kuil lag zo'n zeventig jaar geleden in een heideveld. Nu ligt de kuil in het bos dat grotendeels spontaan is opgekomen. Waarschijnlijk is de kuil ontstaan door het smelten van een groot stuk ijs in het opgestuwde zand in de ijstijd. Misschien is er leem uitgehaald voor het bakken van potten en schalen. Niemand weet het. Nu weer terug naar het bospad en verderop links aanhouden.
11* Uilennestkast.
Als het goed is loopt u nog steeds op een kronkelpaadje door een mooi eikenbos met veel bosbessenstruikjes. links van het pad is een huisje. In de bomen hangt een grote nestkast. Deze is bestemd voor bosuilen. Aan de krabsporen onderaan het gat is te zien dat regelmatig uilen in en uit vliegen. Verderop een hekje door en rechtsaf. U bent dan weer op de Hooiweg en al spoedig komt Hotel Overbosch weer in zicht. Hopelijk zult u genieten als u deze wandeling gaat maken. En kom deze ook eens maken in andere jaargetijden bijvoorbeeld in de bloeitijd of in de gloed van de gekleurde herfstkleuren.


De Wilde Kamp

Allereerste gaat de route over het landgoed de Wilde Kamp. Het is een oud cultuurlandschap dat door Het Geldersch Landschap in stand wordt gehouden. Het landgoed bestaat uit een heideveld dat aan de oostkant wordt omringd door eikenhakhout. Het gebied behoorde vroeger tot de maalschap Garderen. De boeren lieten daar hun schapen weiden en haalden er brandhout. Het eikenbos wordt beschouwd als een soort oerbos. Eeuwenlang hebben de bewoners van Garderen dit eikenbos om de ongeveer vijftien jaar gekapt. De schors was bestemd voor de leerlooierijen en het hout werd gebruikt voor palen en brandhout. Omstreeks 1920 kwamen er andere looistoffen op de markt en werd de winning van eikenschors overbodig. Het eikenbos werd nadien ongemoeid gelaten. Omdat de eiken misschien wel een paar duizend jaar lang zijn afgehakt hebben de stronken (stoven) een geweldige omvang gekregen. Onderweg wordt u daarop attent gemaakt. Er is nog iets dat de Wilde Kamp zo waardevol maakt: grafheuvels. Er liggen maar liefst zes grafheuvels in dit natuurgebied. Onlangs zijn ze vrijgemaakt van opslag van bomen en struiken.
 


Het Gat van Zus

Het tweede deel van de wandeling gaat langs een grote kuil die omringd wordt door hoogopgaand bos. Dit is het zogenaamde Gat van Zus. Deze typische naam is vanzelf ontstaan. Toen in 1910 de bezittingen van de Maalschap van Garderen werden verdeeld, kwam ongeveer 130 hectare bos en heide in bezit van de heer J.H.Nachenius. Later werd de grond van de familie verdeeld onder twee broers en de zus, mevrouw C.E.van de Waals-Nachenius. In het boekwerk ,,Boeschoten, een Veluwse Kroniek" vertelt ze daar zelf het volgende van: ,,Het terrein dat mij ten deel viel, was iets lager en iets verder gelegen dan het terrein van mijn broers. De Lage Boeschoterweg scheide ons. Het was een terrein met eikestruiken, met ergens - wat koste het steeds een moeite het te vinden - een wijde diepe kuil. De kuil was zuiver rond met een gelijkmatige glooiing. De kuil was geheel met heide begroeid en met wat gele tormentil. Soms zat daar op het diepste punt een grote Koninklijke pad. Ik vond het verrukkelijk om, na de lange wandeling en het lange zoeken, onvindbaar te zijn voor wie dan ook". Omdat de zus zo verrukt was van de diepe kuil op haar terrein, lag het voor de hand dat de broers daar al gauw het Gat van Zus van maakten. Deze naam staat tegenwoordig ook op de topografische kaart en zal dus nooit meer verloren gaan.
 

Deze tekst is afkomstig van
Gerrit de Graaff
uit Barneveld